Soorten Rente

Er zijn verschillende soorten renten, of zoals het ook wel wordt genoemd: interest of intrest. Veel voorkomende voorbeelden zijn bijvoorbeeld dat er bij leningen een debet rente (of interest rente) betaald wordt door de consument, terwijl bij een spaarrekening credit rente wordt ontvangen.

Er zijn allerlei vormen van rente en deze worden op verschillende manieren berekend. 

Hieronder een overzicht van de meest voorkomende renten:

Korte en lange rente

De korte rente (ook wel geldmarktrente genoemd) wordt gegeven op een kortlopende lening. Lange rente (kapitaalmarktrente) is de rente op een langlopende lening, bijvoorbeeld de (effectieve) rente op een tienjarige obligatie. Doorgaans is de lange rente hoger dan de korte, maar niet altijd. In het laatste geval spreken we van een “omgekeerde rentestructuur”.

Vaste en variabele rente

Leningen, met name hypothecaire leningen (meer over hypothecaire leningen lees je hier: hypotheek rente soorten), worden vaak voor langere tijd afgesloten, en gedurende die looptijd geldt doorgaans een vaste rente: het tarief blijft dan gelijk. Bij variabele rente kan het rentetarief ieder moment wijzigen, afhankelijk van de omstandigheden op de geld- en kapitaalmarkten in andere landen.

Renterisico

Dit ‘verschil’ tussen vaste en variabele rente brengt zowel voor de leningnemer als voor de leninggever risico's met zich mee. Die variabele rente kan tijdens de looptijd van de lening dalen. Uiteraard is dit risico ook aanwezig als de rente juist variabel is ingekocht en vast wordt uitgeleend; dan is een tussentijdse rentestijging nadelig voor de uitlenende instantie.

In beide gevallen is het risico voor degene die leent, precies tegengesteld. Hij loopt bij variabele rente het risico van een rentestijging. Bij vaste rente mist hij het voordeel van een tussentijdse rentedaling.

Overigens speelt het renterisico niet alleen bij banken; ook pensioenfondsen hebben er nadrukkelijk mee te maken. Geen van beide partijen zou bereid zijn dit risico te lopen, als er niet de kans op extra rendement tegenover stond, of althans de zekerheid dat het risico wordt afgedekt. De variabele rente kan zich in alle gevallen immers ook juist in tegengestelde richting bewegen dan hierboven geschetst. Een risico wordt dan een meevaller. Om het rente risico af te dekken heeft een financiële instelling instrumenten zoals de renteswap tot haar beschikking.

Enkelvoudig en samengestelde interest

Anders dan de samengestelde rente wordt enkelvoudige interest alleen over het oorspronkelijke bedrag (de hoofdsom) berekend.

Samengestelde interest, ook rente-op-rente genoemd, houdt in dat over de rente die op een kapitaal wordt gekweekt, maar die niet wordt opgenomen, ook weer rente wordt betaald. Daardoor groeit het kapitaal niet lineair, maar volgens een steeds steilere curve (exponentieel). De formule hiervoor is:

TW = HW (1 = i) t

Hierbij is:

HW = huidige waarde in munteenheid
TW = toekomstige waarde in munteenheid
t = periode (in jaren)
i = rentevoet (in formulevorm: 4% rente = 0,04)

Een hulpmiddel om het effect van de samengestelde interest te schatten, is de 72-regel, die aangeeft hoe lang het (bij benadering) duurt voordat een bedrag verdubbelt:

Rentepercentage * Jaren = 72

Als de rente 4% bedraagt, duurt het ongeveer 18 jaar voordat een bedrag verdubbeld is; bij 6% zijn hiervoor circa 12 jaren nodig.

Nominale en reële rente

Belangrijk is het begrip reële rente. De hoogte van bijvoorbeeld de opbrengst van een investering is naast de rente deels afhankelijk van het heersende inflatiecijfer. Het komt er op neer dat de reële rente de waarde is die overblijft wanneer de inflatie wordt afgetrokken van het geldende of nominale rentepercentage. Dit cijfer is van belang om koersen en investeringen aan te kunnen duiden.

Omdat er inflatie bestaat kan dit dus invloed hebben op de werkelijke ontvangsten van rente. Daarom is het begrip reële rente ontstaan. De formule hiervoor is:

Nominale rente - Inflatie = Reële rente

Een voorbeeld is dat de nominale rente 7% bedraagt en de jaarlijkse inflatie 2%. De reële rente zal dan uitkomen op 7 - 2 = 5%. Het is in werkelijkheid wat complexer maar het geeft een goede indicatie van het principe.

Wilt u zelf de rente berekenen? Voor deze en een uitgebreidere berekening kijkt u hier: rente berekenen.

De invloed van een hoge of lage reële rente is erg belangrijk voor de economie van een land. Is de rente hoog, dan zullen bedrijven minder geld lenen om te investeren. Is de rente laag, dan wordt het voor bedrijven makkelijker om te investeren. Door een renteverlaging wordt de economie dus gestimuleerd. Ook de woningmarkt ondergaat invloed van de rentevoet. Naarmate de rente lager is, zal de huizenkoper immers gemakkelijker een hypotheek kunnen afsluiten, of zich een hogere hypotheek kunnen veroorloven.