Hypotheek rente soorten

Bandbreedte (rente)

Deze rentevorm is een tussenvorm tussen een variabele en een vaste rente. De effecten van rentedalingen en stijgingen worden gedurende een afgesproken termijn gedeeltelijk doorgevoerd (afhankelijk van het percentage van de bandbreedte). Bijvoorbeeld: het afgesproken rentepercentage is 7,5%, de bandbreedte is 1%. Stijgt of daalt de hypotheekrente minder dan 1% dan gebeurt er niets. Stijgt de hypotheekrente bijvoorbeeld met 3% dan stijgt uw rente met 2% (3% minus de bandbreedte van 1%). Ditzelfde gebeurt ook bij rentedalingen.

Salderen van rente

De betaalde rente aftrekken van de ontvangen rente. Op het positieve saldo is de rentevrijstelling van toepassing. Resteert er een negatief saldo, dan is dat aftrekbare betaalde rente. De betaalde hypotheekrente blijft bij het salderen buiten beschouwing.

Toetsrente

Deze rente is alleen van belang als men gebruik maakt van de Nationale Hypotheek Garantie. De toetsrente is minimaal 6,0%. Bij een rentevaste periode langer dan 5 jaar, indien deze rente lager is dan 6,0%, kan getoetst worden op de werkelijke rente. Bij de bepaling van de leencapaciteit voor een hypothecaire financiering met een rentevastperiode van vijf jaar of korter, zal de hypothecaire financier de toetsrente hanteren. Bij de bepaling van de leencapaciteit voor een hypothecaire financiering met een rentevaste periode langer dan vijf jaar mag de bij die rentevaste periode behorende rente worden gehanteerd. Deze kan dus lager zijn dan de toetsrente.

Toprente

Indien er geen sprake is van Nationale Hypotheek Garantie, er is een voldoende hoog (toekomstig) inkomen, en het huis vertegenwoordigt voldoende waarde, bestaat vaak de mogelijkheid een extra hoge hypotheek af te sluiten. Men kan dan een hypotheek krijgen tot bijvoorbeeld 100% of 125% van de executiewaarde. De bank vraagt voor een tophypotheek een hogere rente. Deze hogere rente wordt meestal geheven over de hele lening in plaats van uitsluitend over de top. De totale `topopslag` kan oplopen tot 0,5%. Soms bestaat de verplichting om de top versneld af te lossen.

Basisrente

De marktrente van dat moment die een bepaalde bank in rekening brengt voor nieuw af te sluiten hypotheken. Meestal de rente die men kan aanbieden bij hypotheken met NHG. Op de basisrente kan een opslag komen als vergoeding voor extra risico dat de geldverstrekker loopt. Bepalend voor de hoogte van de toeslag is de verhouding tussen de lening en de executiewaarde.

Contante waarde van het renteverschil

Wanneer u een lopende geldlening (hypotheek) geheel of gedeeltelijk beëindigt, lijdt de geldverstrekker een renteverlies op het moment dat de overeengekomen rente hoger is dan de op dat moment geldende dagrente. Wanneer u geen aanspraak kan maken op een gehele of gedeeltelijk boetevrije aflossing, dan geldt als boete meestal de contante waarde van het totale verschil tussen de hogere en de lagere renteopbrengst tot het einde van de rentevaste periode.

Contractrente

De met uw geldverstrekker overeengekomen rente.

Dagrente

Rente zoals die op een bepaalde dag geldt.

Heffingsrente

U bent heffingsrente verschuldigd of u ontvangt heffingsrente als de Belastingdienst uw aanslag inkomstenbelastingpremie volksverzekeringen over een bepaald jaar oplegt na 1 juli van het daarop volgende jaar.

Hypotheekrente

De vergoeding die men verschuldigd is voor de hypothecaire lening. Hypotheekrente is aftrekbaar van het belastbare inkomen.

Hypotheekrente tijdens de bouw

Ook wel: bouwfinanciering. Als men een nieuw huis laat bouwen wordt er in termijnen betaald. Eerst de grond en vervolgens naarmate de bouw vordert de resterende termijnen. De hypotheek wordt op het moment van aankoop voor het gehele bedrag afgesloten en in depot gezet. De termijnen worden uit het depot opgenomen. Over het depot krijgt men een rentevergoeding. Deze is soms lager dan de hypotheekrente die moet worden betaald over de opgenomen bedragen.

Invorderingsrente

Invorderingsrente berekent de belastingdienst als u na het verstrijken van de laatste betalingstermijn niet betaalt. Dit gebeurt ook wanneer u uitstel heeft gekregen. U ontvangt invorderingsrente als een al door u betaalde aanslag wordt verminderd.

Middelrente

Als de dagrente lager is dan de rente die u voor uw hypotheek betaalt, kan het voordelig zijn om uw hypotheek over te sluiten. Dit brengt meestal veel kosten met zich mee. De geldgever kan u in plaats van oversluiten aanbieden om het verschil in de dagrente en uw rente te middelen. Zo betaalt u een lagere rente en heeft u weinig kosten.

Netto werkelijke rente

De netto werkelijke rente drukt de werkelijke kostprijs van een hypotheek uit, rekening houdend met o.a. alle kosten die de bank in rekening brengt, de verzekeringspremie en met het te verwachten fiscale effect.

Nominale rente

De nominale rente is de feitelijke marktrente, die wordt gevormd door de reële rente en het verdisconteerde inflatiepercentage. Door het verwerken in de rente van dit percentage compenseert de kredietverlener de geldontwaarding van de middelen die hij tijdelijk afstaat.

Reële rente

Het verschil tussen de marktrente en het inflatiepercentage

Vertragingsrente

Indien u bouwtermijnen te laat betaalt, kan de bouwer u rente in rekening brengen

Instap of oriëntatierente

De hypotheek kan binnen een periode van twee jaar een keer kosteloos worden aangepast als de rente daalt. Meestal geldt daarna een rentevast- periode van tien jaar.

Instapfaciliteit

Wanneer u verwacht dat de rente de komende tijd daalt, kunt u ervoor kiezen een hypotheekproduct te nemen met een zogenaamde instapfaciliteit. Dit geeft u de mogelijkheid om gedurende de instapperiode (afhankelijk van uw keuze een of twee jaar) over te stappen naar een langere rentevast periode. Wederom geldt ook hier dat er hypotheekverstrekkers zijn die de mogelijkheid bieden om bij een eventuele rentestijging (in plaats van de verwachte daling) u een aantal dagen te geven om alsnog tegen het rentepercentage van voor de stijging voor een langere periode af te sluiten.

Wettelijke rente

Rente die de schuldeiser in rekening mag brengen wanneer de schuldenaar, ondanks sommatie, nalatig is te betalen. De hoogte van de wettelijke rente wordt periodiek door de overheid vastgesteld.

Rekenrente

De rente die levensverzekeringsmaatschappijen moeten vergoeden over het in de verzekering opgebouwde kapitaal.

Rente bijschrijven

Bij ruime overwaarde kan men soms overeenkomen om met aflossen op de hypotheek te stoppen en bovendien de rente bij de schuld te laten bijschrijven.

Rente tijdens de bouw

Wanneer u een nieuw huis laat bouwen wordt er in termijnen betaald. Eerst de grond en vervolgens naarmate de bouw vordert de resterende termijnen. De hypotheek wordt op het moment van aankoop voor het gehele bedrag afgesloten en in depot gezet. De termijnen worden uit het depot opgenomen. Over het depot krijgt men een rentevergoeding. Deze is soms lager dan de hypotheekrente die moet worden betaald over de opgenomen bedragen.

Rentevrijstelling

Over een bepaald bedrag aan ontvangen rente hoeft u geen belasting te betalen.

Reservefonds

Fonds met bijdragen van bijvoorbeeld appartementseigenaren voor toekomstige uitgaven, bijvoorbeeld voor groot onderhoud.

Restantschuld

Het restant van de schuld van de oorspronkelijke lening na aftrek van alle gedane aflossingen.

Restitutie boeterente

Bij voortijdig aflossen door verkoop berekenen hypotheekverstrekkers soms boeterente. Wanneer u een nieuwe hypotheek bij dezelfde bank afsluit, krijgt u die boeterente over het algemeen terug. De nieuwe hypotheek moet u dan meestal binnen drie of zes maanden afsluiten.

Rentefixatie periode

Ook wel: rentevaste periode. Bij het afsluiten van een hypotheek wordt de rente voor een bepaalde periode vastgezet, bijvoorbeeld vijf of tien jaar.

Rentegarantie

Hypotheekofferte waarin de aangeboden rente voor een bepaalde periode wordt gegarandeerd, zonder dat bekend is om welke woning het gaat.

Renteherziening

Op het moment dat de afgesproken rentevaste periode ten einde loopt stuurt de geldverstrekker een voorstel tot verlenging van de hypotheek. Hierin staat dan de rente van dit moment. 

Rentemarge

Het verschil tussen de (gemiddelde) debetrente en creditrente. Deze marge is de voornaamste bron van inkomsten van een bank.

Rentemiddeling

Wanneer een hypotheek vroegtijdig wordt beëindigd en er wordt tegelijkertijd een nieuwe hypotheek afgesloten bij dezelfde geldverstrekker, dan kan de rente worden gemiddeld. Dit betekent dat er volgens een bepaalde formule een soort gemiddelde wordt genomen van de oude en de nieuwe rente, afhankelijk van de looptijden van de rentevaste perioden.

Rentetype met bandbreedte (zie bandbreedte rente)

Bij deze rentevorm maakt u afspraken over de rente die u betaalt en over de zogenaamde bandbreedte waarbinnen de rente omhoog en omlaag kan gaan zonder dat het rentepercentage dat u betaalt aangepast wordt. Komt de marktrente boven of onder de grenzen dan gaat u een ander percentage betalen. Stel dat u afspreekt dat u 6% betaalt en dat de bandbreedte 2% is. De ondergrens is dan 4% en de bovengrens is 8%. Beweegt de rente zich binnen deze grenzen dan blijft u 6% betalen. Beweegt de rente zich buiten de afgesproken bandbreedte dan wordt de rente verhoogd/verlaagd met het verschil tussen de afgesproken rentegrens en de marktrente. Dus stijgt de rente naar 9% dan wordt het rentepercentage dat u betaalt 7% (gelijk aan 6% plus het verschil tussen 9% en 8%). Keert de rente weer terug naar een waarde binnen uw grenzen dan gaat u weer 6% betalen.

Stabielrente

Extra rentemogelijkheid. Zie: Rentemarge.

Rentevaste periode

Bij het afsluiten van een hypotheek wordt de rente voor een bepaalde periode vastgezet, bijvoorbeeld vijf of tien jaar.

Rijksrekenrente

Rente die levensverzekeringsmaatschappijen wettelijk moeten vergoeden over het door de verzekerde opgespaarde bedrag (momenteel 4%). Speelt bij een spaarhypotheek geen rol zolang de hypotheekrente hoger is dan 4%, omdat daar een rentevergoeding wordt aangehouden die gelijk is aan het percentage van de overeengekomen hypotheekrente.

Variabele rente

Men komt geen rentevaste periode overeen bij het aangaan van een hypotheek maar betaalt steeds de dan geldende rente voor nieuw af te sluiten hypotheken. De variabele rente kan per dag, per maand, per kwartaal of per half jaar achteraf of vooraf worden vastgesteld

Renteopslag

Verhoging bovenop het normale rentetarief als meer wordt geleend dan (bij de meeste geldverstrekkers) circa 75% van de executiewaarde van het huis. Vaak is de opslag hoger naarmate meer wordt geleend ten opzichte van de genoemde grens. De opslag geldt niet voor hypotheken met Nationale Hypotheek Garantie.

Boeterente

Wanneer er meer wordt afgelost dan in de hypotheekovereenkomst is vastgelegd of boetevrij is toegestaan, kan over het extra afgeloste bedrag boeterente worden berekend. Zie ook: Contante waarde van het renteverschil.

Bouwrente

Dit begrip omvat alle rente die de koper van een nieuwbouwwoning tijdens de bouw moet betalen aan de aannemer en de geldverstrekker: uitstelrente, boeterente, financieringsvergoeding en hypotheekrente. Deze rentekosten worden vaak meegefinancierd in de hypotheek

Rentebedenktijd

Bij veel hypotheken heeft men bij aanvang een of twee jaren de vrije keuze om te bepalen op welk moment de rente wordt vastgezet voor een nieuwe periode. Soms is er ook rentebedenktijd steeds vanaf een of twee jaar voordat een rentevaste periode afloopt.

Dalrentegarantie

De geldverstrekker biedt u de laagste hypotheekrente aan die bij haar gold in de periode tussen acceptatie van de hypotheekofferte en het transport van de hypotheekakte.

Depotrente

Bij nieuwbouw projecten betaalt u niet meteen het hele hypotheekbedrag aan de aannemer. Het geld dat u al wel geleend, maar nog niet nodig hebt, kan in depot gezet worden. U ontvangt dan een rente over dit bedrag lager of gelijk aan de hypotheekrente.

Effectieve rente of bruto werkelijke rente

In de effectieve rente is de afsluitprovisie en de betalingsvorm verrekend. Hierdoor is de effectieve rente een uitgangspunt voor uw werkelijke hypotheeklasten. Bij de berekening van de effectieve rente wordt naast de nominale rente ook rekening gehouden met de effecten van eventuele afsluitkosten, het tijdstip van betalingen (aan het begin of aan het einde van de maand) en het aantalbetalingen dat elk jaar moet worden gedaan (per maand of per kwartaal).